HYSTORY

Jaar Maand Auteur Titel
1992 juni Carolien Mulder  - HY in gebruik -


HY in gebruik (1)

Een artikel over HY in de praktijk.
Over de HY bij de Amsterdamse brandweer.
 


Op jacht.
Op mijn jacht naar informatie over hoe HY het nu eigenlijk deed in het bedrijf, kwam ik terecht bij de Amsterdamse brandweer. Op een mooie, maartse dag reed ik mijn brandweerrode HY tot vlak voor de kazerne op de Ringdijk, waar de beademingswerkplaats gevestigd is. En waar ik de heer Gerrit Nolet kon uithoren over het hoe en waarom van de HY bij de brandweer. Hij heeft zelf ook enige jaren met de HY gereden, dus een kenner. En om mijn verhaal een hoog waarheidsgehalte te geven, ben ik een week later bij de heer Ger Koppers op bezoek geweest die één van de beheerders / oprichters is van de Stichting Nationaal Brandweer Documentatiecentrum. Deze heeft haar onderkomen in een brand- en atoomvrije kelder in de kazerne in de Marnixstraat.

Hy eruit of ik eruit.
Beide heren waren het erover eens: HY deed het dan wel, maar blij dat HY eruit is! Want een HY volgeladen met apparatuur is bijna de bocht niet om te krijgen. Daar weten wij HY -rijders alles van. Een HY rijden is gewoon 'werken'. Maar waarom is er dan toch voor een HY gekozen? Eenvoudig: omdat in die tijd (1962) de HY de enige in zijn soort was. Een bus met relatief grote laadruimte en groot laadvermogen, die met een klein rijbewijs bestuurd mocht worden. Plus dat in een stad als Amsterdam, met haar smalle steegjes en straatjes de HY sneller op moeilijk bereikbare plaatsen kon komen dan bijvoorbeeld de grote Magirus.

Aantallen.
Tussen 1962 en 1978 zijn er 14 HY's in dienst geweest in diverse functies. Eén van deze functies was als pers- en adem-beschermingswagen. In welke hoedanigheid Gerrit Nolet zijn HY-ervaring opdeed. Als lid/chauffeur van het duikteam scheurde hij menige kilometer over de Amsterdamse grachten en dat met al zijn hoge bruggen. Een auto volgeladen met duikspullen (waaronder standaard: 60 stalen persluchtflessen van 15 kilo, een kaartlezer voorin en twee achterin. Deze twee probeerden zich al stuiterend en rollend van links naar rechts in een duikpak te hijsen.

Drempel.
En iedereen die zich wel eens met een bescheiden vaartje over een verkeersdrempel heeft gewaagd, weet welk risico dat inhoud voor de uitlaat. Gerrit Nolet's record ligt, meen ik, op vier uitlaten in één week. En aangezien de brandweerlui ook zelf voor het onderhoud van al het materieel moeten zorgen is het logisch dat hij met gemengde gevoelens aan de HY terugdenkt.

Voetjes van de vloer.
Ook schijnt het zelfs een keer voorgekomen te zijn dat een HY op de top van de beroemde 'magere brug' is gestrand, met vier wieltjes in het luchtledige malend. Probeer dan nog maar eens zo'n zware kar over de top te krijgen.
De eerste HY adembeschermingswagen was zeker niet de meest fortuinlijke. Op 26 september 1969 kwam deze HY in vliegende vaart in 'aanvaring' met een eend. En op 9 februari dat jaar daarop, dus nog maar zes maanden oud, werd HY, op weg naar een brand, total-loss gereden. Maar aangezien de HY, vanwege meerdere brandmeldingen die avond onmisbaar was, werd hij met een kraanwagen naar de plaats van bestemming gesleept en heeft daar alsnog zijn taak volbracht. Maar het was wel het treurige einde voor dit dapper karretje.

Op 9 september 1970 kwam de tweede HY -adembeschermingswagen en die heeft het aanmerkelijk langer volgehouden, namelijk tot 8 juli 1976. De derde nog langer, namelijk zes jaar en drie maanden tot 10 juli 1978. En daarmee verdween de laatste HY bij de Amsterdamse brandweer.

En terwijl wij zo staan te praten zegt Gerrit Nolet plotseling: 'Hé kijk nou. Daar staat er één' Ja logisch, dat was de mijne.

Volgende keer het verhaal over HY in de andere functies bij de brandweer. Bijvoorbeeld als 'baby-uitrukvoertuig'.
De naam alleen al!
 


Caroline Mulder

 

 

Jaar Maand Auteur Titel
1992 dec Carolien Mulder  - HY in gebruik -


HY in gebruik (2)

Een artikel over HY in de praktijk.
Over de HY bij de Amsterdamse brandweer.
 


Het klinkt als de ' continuing story of...' maar helaas. Zoals reeds gemeld kwam op 6 juli 1976 een einde aan de brandweercarrière van de HY in Am¬sterdam. Let wel, in Amsterdam. Want elders in den lande is de HY nog steeds officieel lid van het corps maar natuurlijk niet meer in actieve dienst

Baby-uitrukvoertuig.
En dan het 'baby-uitrukvoertuig'! Ik weet niet waarom, maar die naam doet me wat. Natuurlijk het 'baby' voor een auto die voor de huidige HY -rijder toch zeker twee keer zo groot is als welke andere auto van vrienden, familie, bekenden of collega's dan ook. Het klinkt me ook een beetje als het Salomon's oordeel. Maar dat komt omdat ik het verbindingsstreepje verkeerd denk (babyuitruk-voertuig).


Uitrusting
.
Maar HY was een volwaardige brandweerauto in miniformaat. Met een pompinstallatie, slangen, ladders, een avegaar(?) en twee paar ramonêurhandschoenen(?), maar gelukkig ook met een tiendelige set steeksleutels van maatje 6 tot en met 32, een ijzerzaag en een rol isolatieband. Op de inventarislijst staan minstens 145 stuks materieel vermeld. Waarbij de verbandtrommel als één telt, maar de twee slangenbindsels als twee geregistreerd staan, dus volledig toe- of uitgerust.

Sterk verhaal.
En dat was dus het handige van deze brandweerauto in zakformaat. HY kon in ieder steegje, straatje of achterpad komen, waar grote broer niet bij kwam. Op weg naar een brand heeft een 'baby-uitrukvoertuig' een keer het fietspad moeten nemen. Dat ging, of eigenlijk net niet. Het was nogal een vochtig seizoen, het regende pijpenstelen, en alle tegels slipten onder de banden vandaan tot het moment dat HY geen enkele tegel meer onder zich had en in de modder stond te malen. Maar inmiddels lagen achter de HY genoeg losse tegels om een vaste ondergrond aan te leggen. In rap tempo werd er een pad aangelegd voor de HY en kon men op weg naar de plaats van bestemming. Op de terugweg realiseerde men zich echter dat het pad weinig oorspronkelijks meer had. Er werd een ommetje gemaakt om het geheel weer te herstellen. Vanwege de modder kreeg het pad alleen een andere route. Dus wat de traditiegetrouwe gebruiker van het fietspad de volgende dag heeft meegemaakt moet wel verrassend zijn geweest..

Drempel.
En iedereen die zich wel eens met een bescheiden vaartje over een verkeersdrempel heeft gewaagd, weet welk risico dat inhoud voor de uitlaat. Gerrit Nolet's record ligt, meen ik, op vier uitlaten in één week. En aangezien de brandweerlui ook zelf voor het onderhoud van al het materieel moeten zorgen is het logisch dat hij met gemengde gevoelens aan de HY terugdenkt.

Andere HY's.
Naast sterke verhalen heb ik ook heel wat wetenswaardigheden gehoord. Bijvoorbeeld over de inrichting en inventaris en de verschillende functies van de diverse HY's Want naast het bovengenoemde 'baby-uitrukvoertuig' was er ook nog de stafwagen, de adembeschermingswagen, de 'ordonnans' en de auto 'speciale diensten'. Over de stafwagen de volgende keer meer..

 

Caroline Mulder

Avegaar - een handboor
Ramoneurhandschoen - lange werkhandschoen
(Red.)

 

Jaar Maand Auteur Titel
1993 maart Carolien Mulder  - HY in gebruik -


HY in gebruik (3)

Een artikel over HY in de praktijk.
Over de HY bij de Amsterdamse brandweer.
Specifiek motorpech en andere zaken..
 


(Het eerste deel van de tekst stond al in de vorige uitgave en is hier weggelaten).

Zo hoorde ik dat de brandweer Limburg ongeveer een jaar geleden nog een aantal HY's geschonken heeft aan de Ambulancedienst. Niet vanwege de auto, maar vanwege de inbouw. En dan blijkt maar weer dat de HY op heel veel verschillende wijzen in- en om te bouwen was... en voor HY-amateurs nog steeds is.
Maar op het professionele vlak is er ook heel wat afgeknutseld. De dubbel verlengde stafwagen, waar binnen een vergaderruimte was ingericht voor de 'meester' en commandanten, met alle benodigde communicatiemiddelen. Met als bijzonderheid in het midden een stang door het dak heen met buiten een oranje knipperbol erop. Deze stang werd omhoog geschoven als de wagen in functie was. En bij omhoog geschoven stand werd automatisch de motorfunctie uitgeschakeld. U voelt hem al aankomen.
Een groep mannen, met net een actie onder hoogspanning achter zich, dat vraagt om een uitlaatklep. Baldadigheid is het meest voor de handliggend en wat is er leuker dan spelen met de motor waar de chauffeur geen greep op had en het ook nooit kon zien. Die zat namelijk voor, in de afgesloten cabine. Dus die staat voor het stoplicht en denkt: 'shit'! slaat de motor af. (Alhoewel, in die jaren dacht men nog geen shit). Maar toch, een andrealineshot door de aderen. HY wil niet meer starten! En jij bent de chauffeur. En achter je een stel collega's en daar achter een rij auto's. Nee, geen stoel waarin ik op zo'n moment zou willen Zitten. Maar ik neem aan dat na twee, drie ritten ook deze bestuurder een ingewijde was.

Carolien


 



 << terug