HYSTORY

Jaar Maand Auteur Titel
2001 maart Jaap Kol TPW


Gebruikers over de CitroŽn TPW
“Je kon er mee lezen en schrijven”
 


BREDA – Een van de belangrijkste aanschaffingen van het Rijkspolitiemuseum in Apeldoorn in 1986 is het langst gebruikte type Technische Patrouillewagen (merk CitroŽn HY). Maar de bestuurders missen de CitroŽn best wel. Daarom maar een gesprek met twee van haar bestuurders. Het koppel nostalgie en weemoed sprak een duchtig woordje mee in het gesprek over die goede oude tijd, een tijd die herleeft in het Rijkspolitiemuseum.
Na lang gebruik door de technische controleurs is de CitroŽn HY als Technische Patrouillewagen (TPW) afgeschreven. In de kantine van de Verkeersgroep van het district Breda worden door controleurs F.J. Raats (52) en opperwachtmeester T.M.A. Gerrits (36 jaar – hoofd technische afdeling) onder het genot van diverse kopjes koffie de herinneringen levend gehouden, aan de CitroŽn waarmee men van 1959 tot 1985 assistentie verleende bij ongevallen en technische onderzoeken verrichte.



Raats weet nog heel goed de gereedschappen op te noemen die hoorden bij de inrichting van de TPW, maar de in Breda wonende technisch controleur kan zich nog goed herinneren wat er niet inzat: de sleutel die paste op de wielmoer van de “Kever”  (Volkswagen).

Dat Raats het type van haver tot gort kent is niet zo vreemd omdat hij van 1961 tot 1985 met dit soort heeft gewerkt.

Dat de tijd negatievere ervaringen van vroeger om doet zetten in zoete herinneringen is een veel voorkomend feit. Maar had Raats in de beginperiode kunnen vermoeden, terwijl hij van de kou zat te verkleumen achter het stuur met een deken over zijn voeten, dat hij in 1986 met weemoed zou terugdenken aan die CitroŽn, waarin je met gemak ziek kon worden?
De isolatie was niet echt je dat. “Nee, de isolatie en de afwerking waren niet echt denderend”, zegt technisch controleur Raats.
“Tijdens de winter merkten we pas goed wat het betekent dat er geen tweede kachel in de auto zat. Het was vreselijk koud; sommigen legden een slang van de motor om naar de “cockpit” en richtten deze op de borst; zo kon je het een beetje warm krijgen. Maar ’s zomers was het weer de omgekeerde wereld. Behalve door de warmte van de zon werden we ook nog verwarmd door de motor”

Opperwachtmeester Gerrits haast zich om toch nog vooral te benadrukken dat er met de CitroŽn zeer goed te werken was. Gerrits: “ De wagen was goed ingedeeld, had een lage laadvloer; zodat we vroeger nog wel een motor konden meenemen. En als je de achterklep open deed kon je schuilen tegen de regen. Zeker; de isolatie was niet best en bij de nieuwe TPW is dat beter verzorgd.”
Raats vult aan: “ Je bent helemaal met de CitroŽn meegegroeid. Je kon alles in de CitroŽn vinden. Je kon er mee lezen en schrijven. Daarom ben ik best een beetje weemoedig en had ik ook moeite met de Mercedes. De CitroŽn was een echt trekpaard. Ik heb de winter van 1963 meegemaakt, toen er enorm veel sneeuw lag. De CitroŽn trok zich er gewoon doorheen. Een ideale auto.”

Publiek
Behalve het korps Rijkspolitie was er nog een beroepsgroep in Nederland die veelvuldig gebruik maakte van de CitroŽn HY: de frietenfrituurders. Gerrits vertelt over de relatie met het publiek, dat vaak koddig reageerde op de auto. De Nederlander; die blijkbaar vaker aan patat denkt dan we allemaal kunnen vermoeden, had het dan ook altijd over de “frietauto”. Gerrits: “Ik heb wel mensen meegemaakt die riepen: “twee friet mŤt” of “is het vet al heet”
Raats merkt op dat, ondanks deze licht schertsende opmerkingen, het publiek vaak kwam vragen wat er met de TPW zou gebeuren als ze niet meer zou worden gebruikt door de technische controleurs. Want het publiek wist dat de wagen zeer goed kon dienen als veewagen of als camper. Het kwam wel voor dat het publiek bij de “Domeinen” kwam met het kenteken van een TPW en vroeg naar de technische en mechanische staat. Raats:” De eenmaal afgeschafte TPW’s heb ik echter nooit meer in een andere functie gezien.” Waarom verdient de CitroŽn HY een plaats in het Rijkspolitiemuseum? Gerrits en Raats, elkaar aanvullend:” Al die jaren hebben ze bij de Verkeersgroepen de CitroŽn gebruikt en ze voldeden uitstekend. En de CitroŽn was een trensetter. Maatschappelijk gezien sprak de CitroŽn aan. Men wist:”in die wagens zitten de technische politiemensen”. Met de Mercedes is dat wel verwaterd. Je hoort wel eens:”Oh ja, dat was vroeger de “frietbus”.

Overhandiging
Ook op de dag zŤlf dat de TPW werd overhandigd aan het Rijkspolitiemuseum was er veel lof over de CitroŽn. Op die regenachtige 20e november 1986 sprak de heer H. van Kranenburg, hoofd Inspectie Materieelzaken van de Algemene Inspectie, over “het afscheid van een goede vriend die zijn sporen meer dan verdiend heeft.” De heer Van Kranenburg typeerde de CitroŽn als een goed stuk gereedschap. “Het concept was het beste antwoord op de vraag van de praktijk, bovendien voor een redelijke prijs. De snelheid was niet indrukwekkend, het geluidsniveau was dat echter wťl.”

Majoor J. Kamp nam hierna de sleutel en de tekeningen van de CitroŽn in ontvangst. “ Dit type heeft het ongeveer 27 jaar bij de Rijkspolitie uitgehouden en daarom alleen al stond de “patatwagen” hoog op de verlanglijst van het museum”.
Er ging overigens veel aan de sleuteloverhandiging vooraf omdat de TPW nodig opgeknapt moest worden. Zowel aan de motor als aan de carrosserie moest namelijk veel gerepareerd worden. Deze renovatie vond plaats in de jeugdgevangenis Zutphen door een aantal jeugdige delinquenten.
De directeur van het museum besloot zijn toespraak door te zeggen dat deze overhandiging een motivatie betekent om verder te sleutelen aan het Rijkspolitiemuseum.

Opritje
Hij richtte zich vervolgens tot de heren Raats en Gerrits met het verzoek de CitroŽn HY in de “rij van de oude glorie te plaatsen.”

Raats ging voor het laatst achter het stuur en moest de wagen via een houten opritje op de gewenste plek zetten. Even dreigde een plankje te bezwijken onder het gewicht van de wagen, maar alles kwam op zijn pootjes terecht. Nog ťťn keer gingen Gerrits en Raats met “hun” TPW op de foto, waarna deze wagen definitief tot die goede oude tijd behoorde. De CitroŽn HY staat nu dus in het Rijkspolitie-museum, waar vele herinneringen aan vroeger levendig worden gehouden.
 

 

Jaap Kol

 

(De bron van het verhaal is het Korpsblad van de Rijkspolitie, jaargang 1986)



<< terug