HYSTORY

Jaar Maand Auteur Titel
2001 juni Jaap Kol R.D.W.


R.D.W.


R.D.W. :
Rijks Dienst voor het Wegverkeer
(of: Rijden Doordraaien Wegwezen?)

Lokatie:   Waddinxveen:
Datum:  vrijdag 18 mei 2001.
Tijdstip:   07.20 uur.
Nadere aanduiding:   RDW-keuringsstation.
Reden:   keuring van een H uit 1957 (ex lijkauto)


Het kantoor van het RDW-keuringsstation is nog gesloten.
Wij - mijn zoon en ik - zijn de eersten die aanwezig zijn.
Koud, stortregen en guur.
Windkracht 8.

De witte kartonnen kentekenplaten (ééndagskenteken
X-20-44) heb ik zelf met enige huisvlijt vervaardigd. Ondanks plasticfolie zijn de letters en cijfers, die ik met viltstift heb aangebracht, door de hevige regenval nauwelijks meer leesbaar. De afspraak voor de keuring staat om 08.40 uur.

Reeds om 06.40 uur zijn we van huis vertrokken om de file maar voor te zijn en gaan bovendien voor het eerst met de zojuist gerestaureerde H de snelweg op: de A12 Den Haag - Utrecht.
Proef-gereden met het voertuig hebben we nog nauwelijks, gezien het feit dat de afspraak bij de RDW al vaststond en het uiteindelijk een race tegen de klok bleek te worden om het voertuig nog op tijd gereed te krijgen. Een misrekening dus.

Zou ie het blijven doen en zo ja: hoe zou het rijgedrag van de H zijn? Een 2e 6 volt accu staat los achterin omdat de dynamo de boordaccu niet wil laden. De ampèremeter staat flink op "décharche" en slaat nog verder uit op het moment dat de richtingaanwijzer ingeschakeld en/of het rempedaal ingetrapt wordt. Ik heb de "elektrische" ruitenwissermotor al even aangezet, echter deze zuipt stroom. De ruitenwissers verplaatsen zich moeizaam over de ruit. Gelukkig bestaat de mogelijkheid om aan de bestuurders-kant één wisser van het motortje te ontkoppelen en deze met de hand te bedienen. Ik besluit uit energiebesparing voor deze laatste optie te kiezen, ik mis echter een derde arm en hand om het e.e.a. te kunnen bedienen.
Ik ontkom er echter niet aan gezien de weersomstandig-heden om verlichting te voeren, zo triest en donker is het op de weg. Hoe lang zal de accu het uithouden?.

Het op dat moment al drukke (vracht-)verkeer raast me voorbij. Maar door de herrie binnen in het voertuig merk ik dat bijna niet, ik word door allerlei andere zaken afgeleid. Ik kan me voorstellen hoe het is om in een Sikorski -helikopter te vliegen zonder over communicatie-apparatuur te beschikken. Daarbij heb ik het vakantiegevoel, dat wil zeggen: het vergelijkbare gevoel dat je hebt als je midden in de nacht opstaat als je met vakantie gaat. Ziek van ellende!

Ik word bijgestaan door mijn zoon, die uitstraalt dat hij er spijt van heeft dat hij toegezegd heeft om mee te gaan. Door het gemis van een boordkachel hebben we het niet al te warm en de ruiten beslaan behoorlijk. Ik voer de "snelheid" op van 70 naar 80 km/u.
Zou ie ontploffen?
Zou ie vastlopen?
Zou ie er mee ophouden?
De oorspronkelijk in het voertuig aanwezige motortje was namelijk overleden. Déze “krachtbron”, waarvan we historie niet weten, heb ik echter nog niet goed kunnen testen of uitproberen.

"We rijden al 80 km/u, pap.
Maakt wel een hoop herrie, hè!
En wat is dat snerpende geluid?”
Ik trap de H door naar de 90 km/u.
Althans dat geeft de snelheidsmeter aan. Die doet het tenminste. De motor reageert spontaan op het intrappen van het gaspedaal.
Het snerpen houdt op.

08.00 uur.
We staan al zo'n 40 minuten voor de RDW geparkeerd.
Het licht gaat aan in het kantoor.

Het licht van de H is echter al enige tijd uit. Ik moet nog wat "power" over houden om 'm te kunnen starten. Met een vers geladen 6 volt accu wil de startmotor nog wel ronddraaien, maar zodra de "kop" eraf is wordt het spannend. De bendix is ook niet meer wat het geweest is, zo te horen. Het is net een elektromotor. Zo af en toe wil de bendix het vliegwiel oppakken, maar dan maar slechts echt heel eventjes.

Ik stap met de benodigde bescheiden uit het voertuig en ga het kantoor binnen. Na de verschuldigde kosten te hebben voldaan roept de mevrouw achter het loket tegen mij:
"Baan 1"
Doet me aan Schiphol denken.

Het is 08.15 uur.
We schenken voor de 3e keer koffie in na onze "wereldrit" van Den Haag naar Waddinxveen. Terug naar het kantoor. Ditmaal voor het bezoek aan het toilet.

08.50 uur.
Er komt beweging in de tent. Ik zie "keurmeesters" lopen. Vrolijk kijken ze niet en haast hebben ze zo te zien al helemaal niet. Er zijn een paar auto's voor mij aan de beurt. Ik zie twee auto's op baan 2. Beide voertuigen zijn voorzien van een handelarenteken. Op baan drie komt een touringcar binnenrijden. Op baan 1 is nog geen beweging te bekennen.

09.30 uur
We hebben al een half uur geleden in de hal op een paar stoeltjes plaats genomen en kijken de kat uit de boom. De andere voertuigen gaan van compartiment naar compartiment.

Er gaan allemaal verschillende scenario's door mijn hoofd: Als ie niet start, dan houdt alles op. Start ie wel, dan krijg je een soort viergangen-menu: hefbrug, controlebank, remmentestbank en weegbrug. Bij eerste menugang zou  het wel eens einde oefening kunnen zijn.
 
Uiteindelijk wordt het 10.00 uur.
Twee "keurmeesters" staan richting de H te kijken en staan te grinniken. "Zullen we dan maar" wordt er gezegd terwijl ze mijn richting op kijken. "'t Moet maar" zegt de andere. De deur gaat open en ik mag naar binnen. Ik stap in mijn H,  zet de boordspanning erop en trek aan de startknop. Na flink doorstarten slaat de motor aan. Inschakelen in de eerste versnelling: stotend komt er beweging in. Kennelijk zijn de koppelingsplaten door de "lange" rit aardig verhit geraakt. Oprijden tot het eerste punt. Met z'n tweeën gaan ze met papieren in de hand aan de slag.

Ik word afgeleid door een hele grote, keurig in het pak gestoken Afrikaan, die met een auto voorzien van een Belgisch kenteken aan komt rijden. Hij stapt uit en komt naar mij toe gelopen. Hij spreekt mij aan en complimenteert mij met de mooie "camion". Hij zegt het gelijk goed, dat hoor je niet vaak. Hij vraagt mij bij het zien van het voertuig of de camion misschien te koop is. Op dat moment komt het even in me op om, om maar van alle narigheid af te zijn, de H ter plekke van de hand te doen. Toch maar niet.

Ik zie een keurmeester instappen en de ander loopt geïnteresseerd om het voertuig heen.
"Een bijzonder harde bus, meneer. We hebben ze hier wel eens anders gehad. Van welk jaar is deze?"

Ik heb ze zojuist met de papieren van het voertuig in hun handen zien staan, ik zou toch zweren dat daar toch duidelijk op vermeld staat dat de afgiftedatum van het Franse kentekenbewijs 17.4.1957 is? Kennelijk zit men om een praatje verlegen.

De keurmeester die achter het stuur kruipt om de H kennelijk naar de volgende pitsstop te rijden, zit een beetje lacherig rond te kijken.
Hij doet de deur open en begint een praatje: "mooi dashboard, was dat al zo etc..."
Ik maak daaruit op dat hij kennelijk de startknop niet kan vinden. Voor mij een ideaal moment. Ik win wat zelfvertrouwen terug.

Terwijl de andere keurmeester er bij komt staan begin ik met beide keurmeesters een praatje over de historie van het voertuig. Bij het woord lijkwagen, kijken ze gelijktijdig om en staren achterin de laadruimte. Hadden ze kennelijk nog niet helemaal door. 

Er worden grapjes over gemaakt. Ik laat ze de ramen, het ingenieuze raammechanisme en de aanwezige accessoires en kenmerken van deze voormalige lijkauto zien.
Van historie, gerestaureerd plaatwerk stap ik over op de inmiddels vervangen en aangepaste techniek: stuurhuis, rem -leidingen, -voeringen, -trommels, -cilinders etc.

Inmiddels staan er zo'n 8 personen om de bus heen. Hun interesse stijgt met de seconde.

Na enige tijd valt het gesprek stil. Om hem niet verder onkundig te laten, vertel ik de achter-het-stuur-keurmeester dat hij eerst de centrale massa-onderbreek-schakelaar om moet zetten, daarna de boordspanning-schakelaar in moet drukken en daarna de startknop uit moet trekken. Hij volgt deze handelingen op en de motor slaat zowaar aan. Wat minder vind ik het dat hij de zorgvuldig afgestelde niet-aankomen-ontstekings-vervroegings-schakelaar van z’n met veel moeite ingestelde moment afdraait! Hij zoekt even zijn weg in de versnellingsbak en schakelt met een stalen blik zowaar zonder te kraken in één keer in de goede versnelling (een afbeelding van het schakelschema staat immers op het dashboard).

Het voertuig wordt tot stilstand gebracht op de platen van een grote hefbrug. De voorwielen worden in een soort wigconstructie gereden. De hefbrug gaat ophoog. Beide keurmeesters verdwijnen met lampen en staven onder de auto. Wiel voor wiel wordt bekeken en bewogen, er wordt getrokken en geduwd. De kokerbalken worden met de vingers afgetast. Elk deukje wordt apart bekeken. Ook de remleidingen en koppelingen worden nagelopen Zo te zien wordt er geen millimeter overgeslagen. Ik loop met ze mee want het is ook voor mij voor het eerst dat ik zo'n compleet overzicht heb.
Één van de keurmeesters beweegt een hendel op en neer. Deze hendel zorgt er voor dat de platen waar de voorwielen opstaan gaan schuiven. Ik zie nu alles onder de wagen flink bewegen: wielen, assen, stuurkogels, stuurhuis, fuseekogels. Lampen erbij, voelen, trekken, een ijzer ertussen. Ze praten met elkaar, ik kan niet horen wat ze zeggen. Mijn zoon staat me aan te kijken.

De Afrikaan komt weer een praatje maken.
Tijdens het gesprek zie ik dat men de hefbrug laat zakken.

De wagen wordt weer gestart en doorgereden het volgende punt, waar men de verlichting gaat controleren. Wederom moet ik aanwijzingen geven, ditmaal hoe de verlichting werkt en ingeschakeld moet worden.
"De rechterkoplamp geeft een verkeerd lichtbeeld en staat bovendien flink verkeerd afgesteld, meneer. Heeft U gereedschap bij U? Zo niet, dan.........."
Ik heb nog nooit zó snel een ringsleutel 23 in mijn handen gehad. Ik zet de ringsleutel op de moer en draai deze los. Het is mij bekend dat de moer tevens als massa voor de lamp functioneert. Moer los: lamp uit!
Ik heb deze situatie eerder meegemaakt.
Remedie: de lamp flink naar beneden duwen zodat hij in de lichtbak schijnt en zorgen dat de moer massa blijft maken en dus de lamp blijft branden. De lichtbak geeft kennelijk aan dat het lichtbeeld nu wel juist is.
"Oké" geeft de keurmeester aan.
Terwijl hij de lichttestinstallatie weghaalt, draai ik de moer weer aan en zie dat de lamp weer in de oorspronkelijke stand terugkomt.
Voordeel schutter. Ik zet daarna zo snel mogelijk zelf de verlichting maar uit om maar enigszins een beetje "prik" over te houden om weer te kunnen starten.

Volgende moment: de remmentestbank of liever gezegd: de rollenbank.

Naar mijn gevoel dondert mijn zorgvuldig gekoesterde H met z'n beide voorpootjes in een groot gat in het wegdek van baan 1: de rollenbank.  Start rollenbank.
Er komt nog net geen rook uit, knarsend komen de voorwielen tot stilstand. Het is mij niet geheel duidelijk of het knarsende geluid van de remmen òf van de testbak afkomstig is. Hetzelfde wordt nog een keer herhaald, nog steeds met de voorwielen in de rollenbank. De meters slaan flink uit en wederom lichten er fel oranje lampen op.
"Fantastisch remgedrag" zegt de keurmeester.
Ik vraag gekscherend aan hem of hij dat laatste nog even een keer wil herhalen. "Gewoon erg goed, meneer. Menig moderne auto doet het slechter".

De H wordt uit "het gat" gereden, nu vallen de achter-wielen "in het gat". Dezelfde test wordt herhaald, maar nu met de achterwielen.

Aangezien de achteras van een H(Y) gedeeld is, zit er een aantal centimeters verschil tussen het hart linkervoorwiel - linkerachterwiel ten opzichte van het hart rechtervoorwiel - rechterachterwiel. De achterwielen testen op een platentestbank is geen probleem, op een rollentestbank wordt het anders. Een H(Y) staat er dan namelijk scheef op: met één wiel erin en met één wiel erop.

Ik geef mijn zoon al een aanwijzing om flink uit de buurt van het voertuig te blijven. En ja, hoor: tijdens het remmen springt de wagen opzij uit de rollenbank. De tweede keer blijft hij erin maar trekt behoorlijk scheef weg. De uitslag blijkt "opmerkelijk" goed te zijn, volgens de keurmeester(?!)

Na de rollenbank op weg naar de weegbrug.
Deze weegbrug is niet in de hal maar buiten op het terrein gelegen. De keurmeester blijft in de hal achter en neemt plaats achter zijn weeg-pc. Ondertussen rijd ik het voertuig naar buiten. Eerst de voorwielen erop om het gewicht op de voor-assen te wegen, dat maak ik uit zijn bewegingen op. Daarna gebaart hij mij om met vier wielen op de weegbrug te gaan staan, daarna doorrijden voor het wegen van de achteras. Vervolgens geeft hij aan – althans zo vertaal ik het – dat ik van de weegbrug af moet rijden. Hij geeft vervolgens het teken om terug te rijden. Nee, weer niet goed. Weer eraf.

Met grote stappen komt hij uiteindelijk op mij afgelopen en roept: “eruit”. Ja, nu begrijp ik hem: IK moet uit de auto, anders word ik meegewogen en dat is niet de bedoeling. Ik word wederom door een omstander afgeleid, die iets meer over de auto wil weten. Nota bene een Alfa-rijder!

Eén van de keurmeesters is inmiddels met de afhandeling van de administratie bezig. Afrikaan komt mij een hand schudden en feliciteert mij. Ik vraag mij af of ik door de schuld van de Alfa-rijder wat gemist heb? Ben ik er door? Heb ik de vuurdoop doorstaan?
Het water dat reeds al enige tijd in mijn schoenen staat, loopt nu over de rand heen.

"Bijna goed, meneer. U moet nog een keertje terugkomen, meneer. Het identificatie-nummer (chassisnummer) is dusdanig slecht leesbaar, dat dit opnieuw ingeslagen dient te worden. Voor de rest is hij akkoord bevonden."

Omstreeks 12.30 uur zijn we weer terug in Den Haag. Bij het wegrijden bij de RDW moest ik rechtsaf. Dat ging bijna vanzelf toen ik het rempedaal intrapte. De auto trok behoorlijk naar rechts, H(ij) was niet te houden. Dat betekent dat er links iets niet in orde is. Thuis gekomen bleek de onderste linker remcilinder te lekken. Waarschijnlijk heeft de keurmeester iets te spontaan tijdens de remmentest op het rempedaal getrapt.

 

Jaap Kol

 




<< terug